Vinger aan de dijk
de IJ-dijken toen, nu en straks
kleine foto kleine foto kleine foto kleine foto kleine foto
Nieuws
De dijk op met...
 
dij-ker

de (m.)

1. Iemand die dijken maakt, repareert enz. synoniem:
dijkwerker
1. eten als een dijker
zeer veel eten
2. (gewestelijk) bewoner van een dijkweg
3. nozem die zijn vertier op de Nieuwendijk zocht (in de jaren 50 van de 20e eeuw)
antoniem: pleiner

bron: van Dale

 
Nieuws
De dijk op met...
 
dij-ker

de (m.)

1. Iemand die dijken maakt, repareert enz. synoniem:
dijkwerker
1. eten als een dijker
zeer veel eten
2. (gewestelijk) bewoner van een dijkweg
3. nozem die zijn vertier op de Nieuwendijk zocht (in de jaren 50 van de 20e eeuw)
antoniem: pleiner

bron: van Dale

 
De dijk op met Jeroen van Westen IV
vrijdag 2 juni 2006

DYNAMIEK
Natuur is de oorsprong van de cultuur

De IJdijken bevinden zich in het landschap dat gevormd werd door een rivier en de zee.

De dijk op met Jeroen van Westen IVHet estuarium van het aan het IJ voorafgaande OerIJ (5 MB) bestond uit een meanderende stroomgeul van de Vecht dwars door Noord-Holland naar Castricum, krekenstelsels in overstromingsvlaktes tussen strandwallen.
De natuur van dat landschap heeft de cultuur van eerste bewoners gevormd: wonen en verbouwen op het droge, vee weiden op het halfdroge, en de kreken en geulen waren de wegen .
Het OerIJ heeft in het landschap kreken, stroomgeulen, kreekruggen en oeverwallen achtergelaten die duidelijker zichtbaar zijn daar waar de IJdijken niet reiken. De IJdijken flankeren de oude hoofdgeul en volgen waarschijnlijk voor een belangrijk deel de oeverwallen en kreekruggen. Met het vastleggen van de dynamiek door dijken en het droog houden van (dalende) gronden bij een stijgende waterspiegel heeft de cultuur een technologie ontwikkeld die datgene wat het bestrijdt versterkt: wateroverlast.
Steven van Schuppen betoogt in zijn essay “Helden van de terugtocht” in POLDERS dat de bouw van dijken en het beheer van het water vormend is geweest voor onze cultuur. Technische ontwikkeling en sociaal economische ontwikkelingen zijn hand in hand gegaan. Schaalvergroting en disciplinering van arbeid hebben geleid tot standaardisering en centralisering. De mens heeft vanuit angst voor het water een landschap gebouwd en onderhouden als een machine. Van Schuppen stelt dat het “nu zaak is dat de mens meester wordt over de machine, dat het toeval, het risico, het open einde en het menselijk tekort de plaats krijgen die ze verdienen”.
Zo denkend is het tijd om de geschiedenis binnenste buiten te keren. Is het voorstelbaar dat de toekomst van de monumentale IJdijken en de in de poldercultuur hoogontwikkelde overlegstructuur gebruikt worden om de natuur weer ruimte te geven? Dat er een nieuw IJ zal ontstaan tussen de dijken, of een nieuw meer in de Schermerboezem achter de IJdijken?